
Je kan allerlei regels verzinnen voor je spullen. Heb ik het de afgelopen x maanden gebruikt of ga ik het binnen x maanden gebruiken? Kan ik makkelijk een vervanging kopen voor weinig? Als morgen de wereld instort, ben ik dan blij dat ik dit ding nog heb? Zou mijn tante opstaan uit haar graf als ik haar servies naar de kringloop bracht? Is het de norm dat ik dit tot in lengte van dagen met me meesjouw?
Het is allemaal zo persoonlijk en we kunnen het zo ingewikkeld maken maar dat is nu precies niet het punt van een minimalistische levensstijl. Een simpele regel werkt het beste. Voor mij is dat: helpt dit ding me om het leven te leven dat ik wil leven?
In haar boek ‘Lightly’ zegt Francine Jay dat ze precies dat woord gebruikt om te bepalen of dingen een plaats verdienen in haar leven. Maakt het het leven lichter? Een schaar maakt het leven lichter, drie scharen niet. Een extra paar schoenen is goed om te hebben, zes paar zijn dat niet. Een kleine doos met dierbare herinneringen is een gekoesterd bezit, acht dozen vol met oude brieven, kerstkaarten, mottige babykleertjes, kapot speelgoed en oude boekjes is dat vermoedelijk niet.
Een leven dat niet draait om bezittingen, dat niet wordt verzwaard maar veraangenaamd door de spullen die ik heb en een beste dosis non-attachment geeft mij lichtheid en plezier in het leven die ik nooit zal vinden als ik meer spullen toevoeg.
Het is heel simpel. Dragen plakboeken van de kleuterschool, loodzware (letterlijk en figuurlijk) fotoalbums, gelezen boeken, ongebruikt serviesgoed en sierkussens bij aan het leven dat ik wil leven? Voor mij niet, dus ik heb er geen problemen mee ze te laten gaan. Voor een ander zijn fotoalbums of een geërfd servies juist het laatste dingen die het huis zouden verlaten.
Blijf bij jezelf. Laat je niet leiden door conventies (of door anderen) als het gaat om wat je wel en niet in je leven houd. Van dingen wegdoen om het wegdoen krijg je spijt en dingen houden omdat het zo hoort, maakt die dingen tot een zware last en het leven is te kort daarvoor.
